Noordkaap in tijden van corona

tManneke

5e Versnelling
DEEL 14 : LOFOTEN – BOGNES- SULITJELMA - BODØ – SALTSTRAUMEN
1613074293864.png

De foto van de middernachtzon op de Lofoten heb ik naar het thuisfront gestuurd. Gisteren kreeg ik van de buurman zijn versie ervan: hij heeft op basis van de foto samen met zijn zoontje (3 jaar!) een impressie geschilderd. Ontroerend mooi, van Gogh zou het niet impressionistischer gebracht kunnen hebben. Dank u, Pieter en kleine Mandus!

1613074319438.png

De Lofoten waren top, mede dankzij de horden muggen die in groten getale afwezig bleven. Het grote voordeel van eilanden en de nabijheid van de zee: het zijn geen zoutliefhebbers. De natuur is indrukwekkend, maar na een paar dagen gaat het nogal wennen. Tijd om nieuwe horizonten te verkennen.

Op aanraden van mijn buurman, Jack de fietser, besluit ik om de ferry van Lødingen naar Bognes te nemen en van daar richting Fauske te tuffen. Bij de ferry was het aanschuiven: de vorige lag in panne en was er tussenuit gevallen. Er stonden vijf rijen auto’s aan te schuiven van mensen die gereserveerd hadden. Daarnaast nog twee rijen voor wie geen reservering had. Ik sta vooraan de tweede niet-gereserveerd-rij en raak aan de praat met twee Nederlandse motards die hier al twee uur staan te wachten. Zij doen zo’n georganiseerde rondreis en moeten nog op tijd bij het hotel zijn vanavond. Ik zie wel hoe het gaat, ’t zijn geen kleine bootjes.

Het laden van de net aangekomen ferry gaat vlotjes. Helaas voor de Nederlanders moeten ze wachten, er is plaats voor slechts één motor. Ik wordt gewenkt door de bootmannen. Het is sneu voor hen, een mazzeltje voor mij. Eenmaal uit de haven zie ik de volgende ferry al aan komen stomen. Ze zullen dus wel in hun hotelbed terecht kunnen vannacht. Tijdens de overtocht check ik VRT NWS op de smartphone, dat was alweer effe geleden.

1613074367861.png

Vreemd, want het aantal besmetting in Noorwegen is stukken lager dan in België. Wat zit daar nu achter? En waarom staat daar twee keer hetzelfde? Ik glimlach erbij, ben toch nog niet van plan om naar huis te gaan.

De E6 loopt langs de kust en door mooie heuvellandschappen. Laat je niet misleiden door de naam E6. Het is geen E-snelweg zoals wij die kennen. Ook ik heb mij laten vangen aan die benamingen tijdens het plannen. Je denkt: ok, snelweg, dat schiet op. Niet dus, gemiddelde snelheid die je kan aanhouden: 60km/u, en dat heeft veel te maken met de dorpjes waar je doorheen komt. Die halen de snelheid er wel uit.

1613074401207.png

Rond 16u is het wel goed geweest. Ik passeer een mooi gelegen camping met restaurant en zoek een ruim plekje voor de tent. Dat is geen uitdaging, zo blijkt. Ik boek gelijk twee dagen, het is hier rustig en ik moet dringend mijn logboekje en filmpjes eens bijwerken. En ik mag hier vissen.

1613074432840.png

Vandaag eet ik voor het eerst in mijn leven walvis, nee, niet zelf gevangen. Ik verwacht mij aan een serieuze steak, de gebruikelijke bereidingswijze zoals ik vernomen had bij Jack Daniels. Die hing de meest lyrische verhalen op over de zoektocht naar en bereiding van walvissteaks. Het is het grootste zoogdier op Aarde, daar zit dus wel wat vlees aan zou je zeggen. Dat is er niet aan af te zien op mijn bord. Tegenvallertje.

1613074465603.png

De smaak: een beetje zoals lever met een toets van vis en een neus van visolie. En taai. De levertraansmaak uit mijn kindertijd komt bovendrijven. Snel terug duwen. Misschien, als ik nog eens in Noorwegen ben, dat ik dan echt op zoek ga naar een walvissteak voor de BBQ. Het is leuk om eens gegeten te hebben, en ik denk dat er inderdaad iets van te maken is, maar dit was het niet.

In de buurt van Sulitjelma bevindt zich een oude kopermijn. Wil ik zien, mijnen trekken mij aan, vraag niet waarom. De mijn ligt vlak bij de Zweedse grens, wat niet verwonderlijk is hier: iets noordelijker kwam ik voorbij het smalste punt van Noorwegens vasteland, daar was de afstand Grens-Zee iets van 20 km. “Zee” zijnde een diepe landinwaarts snijdende fjord, maar toch. Aan de Zweedse kant ligt een groot natuurpark, vandaar dat er geen doorgaande wegen zijn die hier de grens overgaan.

De Fv543 is een mooie motorweg, een verborgen pareltje. Je moet hem bovendien 2x moet afleggen: hij loopt dood in de bergen. Een groot stuk gaat langs een rivier die soms door een smalle kloof loopt, dan weer een brede stroom wordt. Ik stop vaker dan anders, gewoon om efkes te genieten van de omgeving. Er zijn ook twee wat langere, natte tunnels. Dat vind ik minder leuk, want mijn vizier beslaat weer en het is er donker.

De laatste 3 km wordt het gravel, maar nog goed te doen. Bij het bordje “Turistsenter” stop ik om wat rond te kijken. Het blijkt een caravanpark te zijn. In deze van God en klein Pierke verlaten omgeving en op het einde van een 60km lange doodlopende weg? Vreemd. De uitbaters -een jong gezin- zijn heel lieve mensen, die erg hun best doen om het me naar de zin te maken. De keuken gaat zo dicht, maar mevrouw wil voor mij nog wel een pizza in de oven steken. Daar zeg ik geen nee op. Iets later zit ik met een fris lokaal biertje te wachten op wat komen gaat. Het blijkt een pizza op een vers gemaakte pizzabodem te zijn met van alles erop, zoals dat de gewoonte is met een pizza. Dat het de restjes van de middag shift zijn, wordt me verteld. Geen probleem, het smaakt er zeker niet minder om. Ik bestel nog een koel biertje en ga wat uitbuiken op het terrasje. Het weer is heel stilletjes van koud en grijs naar zomers geëvolueerd. Het is minstens 25°C en ik zit zowaar te bakken in de zon.

1613074497150.png

De keuken gaat dicht en ik krijg een leuke plek aan het water toegewezen, alweer. Maar ik zit het binnenland, dus zoet water, dus muggen. Erger nog: knöttn, mini steekvliegjes. Die steken niet maar eten je gewoon op en ze zijn met veel. Help ! Ik haal mijn hoofdmuskietennetje boven. Blij dat ik dat toch nog gekocht heb, hoewel het de eerste keer is dat ik het nodig heb. Dat, lange mouwen en dito broek houdt die beesten wel van mijn vel. Het helpt.

Ik ga op wandel, lang geleden dat ik door bossen dwaalde en het wandelpad is goed aangegeven. Verderop is een visvijver en ik gooi mijn hengel uit. Nadat ik hem uit het water gevist heb, gooi ik het lijntje uit. Ik vang niets maar geniet van de mooie plek. Het is weer eens iets anders dan het zeewater en de open landschappen van de afgelopen weken. Vreemd genoeg geen muggen hier, allicht het beetje wind dat ze verjaagt.

Tijdens de wandeling kom voorbij een bouwwerf met enkele grote gebouwen. Het blijkt om een nieuw ski (lees langlauf) centrum te gaan. Dat is de nieuwe bron van inkomsten hier, na de sluiting van de kopermijn in 1991, die ik morgen ga bezoeken.

Ik dwaal nog wat rond over de camping en mijn oog valt op een tamelijk merkwaardig systeem dat ze hier gebruiken: een caravan gaat op een paar rij-platen met wieltjes en die duwen ze dan zijwaarts tegen een chalet. Slim systeem en handige uitbreiding van je woonruimte op momenten dat de caravan hier voor langere tijd staat (tijdens het langlaufseizoen dus, verneem ik later).

1613074526021.png1613074543904.png

Ik ben vroeg wakker en zit ook vroeg op de motor. Die vroege ochtendritjes hebben hun eigen sfeer, hun eigen licht ook. Ik doe dat te weinig en geniet er des te meer van. Het mijnmuseum zelf is dicht en buiten een gezin dat net in de auto stapt, is er geen ziel te bekennen. Ik loop wat rond tussen een hoop roest waarin ik een smeltoven en gietbak herken. Verder nog iets waarvan ik vermoed dat het een afgesloten mijningang is. Jammer, had dat wel aan de binnenkant willen bekijken. Zal iets voor later zijn.

Na een halfuurtje rondstruinen in de omgeving en de bodem afspeuren op klompjes koper, spring ik weer op de motor. De Rode Duivel geniet zichtbaar van het parcours, zijn berijder geniet mee. We gaan naar Junkerdal, huisjes kijken.

1613074614386.png

Vlakbij Junkerdal ligt het Saltdal Folkmuseum, het Bokrijk van Noorwegen. Wie in de geschiedenis van hutjesbouw geïnteresseerd is, vind hier zijn gading. Omwille van corona zijn de gebouwen gesloten, dat is jammer. Meevallertje is dan weer dat ik daarom gratis het domein binnen mag lopen.

In de streek werd een speciaal soort marmer gewonnen waar nogal wat kinderarbeid aan te pas kwam. Iets met gaten boren waarin kinderen dan afdaalden om dingen voor te bereiden voor het zagen van de blokken. Pin me er niet op vast.

1613074668937.png1613074691947.png

Er staan veel huisjes, allemaal aan de kleine kant. Zo klein dat ik me afvraag of hier ooit Noren in gewoond hebben, want die zijn allemaal groter dan ik. Dezelfde vraag kan je je ook stellen in Bokrijk natuurlijk. De mensheid zal in zijn geheel gegroeid zijn tijdens de afgelopen twee eeuwen, besluit ik. Je ziet hier ook waar de grasdaken, populair bij ons in de ecobouw, vandaan komen. Op naar Bodø !

1613074745992.png

Eindelijk nog eens een saaie weg ! Of ben ik de mooie landschappen, de blauwe fjorden, de besneeuwde bergen en de avontuurlijke wolkenluchten gewoon beu. Een soort blindheid voor het mooie waarmee een mens constant omringd wordt ? Het zal dat wel zijn. Bodø valt tegen. Die Noorse stadjes lijken allemaal wel een beetje op mekaar.

Zonder waarschuwing schiet er plots een bonk door mijn hoofd: "ik wil naar huis, heb het zo zoetjesaan wel gehad". Ik stond op een parkeerplek bij een shoppingcenter, had de motor juist uitgezet. Zonder af te stappen klap ik mijn vizier naar beneden, draai de sleutel weer om en rij door. Bye bye Bodø, ik heb je enkel vanop de motor gezien, en dat vind ik al meer dan genoeg.

12km verderop draai ik de grote Tverlandsbrua over de Saltfjord op en kijk ik al uit naar de volgende stop: Saltstraumen. Afgaande op wat ik erover las, een plek met blijkbaar een hoog Wow-gehalte. Op de grote camping vlakbij is het druk. De tentenplek is, zoals gewoonlijk, rustig.

Later op de avond wordt ik vergast op een oranje gloed van de middernachtelijke hemel. Een donkere wolk die achter de bergtop passeert creëert de illusie van een rokende hoogoven. Ik kijk er bewonderend naar en geniet ervan. Iets minder genietbaar is dat terug-naar-huis-beestje in mijn hoofd…

1613074778956.png
 

PanEuRoel

Klokje Rondrijder
Die stemmetjes toch! Zo te lezen aan je onderschrift en nu weer in je reisverslag, het valt niet mee. Het vijfde stemmetje wil naar huis.
Ik heb gelezen dat het horen van stemmetjes veroorzaakt kan worden door (over)vermoeidheid en slaapgebrek. Mogelijk dat de veelvoud aan prachtige ervaringen en indrukken, gecombineerd met minder slaap door de de lange lichte dagen, het vijfde stemmetje hebben getriggerd.
Het is gewoon zelfbescherming, nog meer van deze mooie ervaringen je zou er aan ten ondergaan.
Terug naar Brussel! :Smile:
 

DuinPan

Mega Mijlenmaker
Interessant, je plotselinge verlangen om (even?) naar huis te willen gaan. Misschien is dat het lot van de eenzame reiziger, dat vanzelf weer over gaat? Ik ben nieuwsgierig. Je bent nu op weg naar Zuid-Noorwegen en ik weet dat je daar nog prachtige dingen zal zien en meemaken! Bijvoorbeeld:

Noorwegen 20180610-11 Kjeragbolten.jpg
Kjeragbolten bij Lysebotn, een steen ingeklemd in een spleet op 984m boven het water van de Lysefjord
 
Laatst bewerkt door een moderator:

Edgar

1e Versnelling
@tManneke: Mijn complimenten voor de reisverhalen en het maakt mij nog enthousiaster om in september naar Noorwegen te gaan. Ik blijf dan wel in het Telemark gebied, zeg maar tussen Oslo en Stavanger, maar ik heb er zin in.
Ik kijk uit naar het volgende epistel!
Chapeau!
 

tManneke

5e Versnelling
DEEL 15 : SALTSTRAUMEN – KUSTWEG Fv17 - ROROS
1613392635326.png

Saltstraumen, waar tonnen en tonnen zeewater door een gat van amper 400m breed gejaagd worden. Het water uit de Atlantische Oceaan stroomt hier met eb en vloed tegen een snelheid van ongeveer 40km/u in of uit de fjord. De draaikolken zijn indrukwekkend, de snelheid van het water nog meer. De camping is vlakbij, en ik ga het een keer of drie bekijken, zo betovert het me. De tweede keer neem ik ook mijn hengel mee, maar vang alleen een kleine makreel. Die ik dan maar terug zet, eerst nog wat groeien vriend.

1613392688771.png

Voor het filmpje:
View: https://youtu.be/V81-vT2RZu8


Er is nog een ander visje dat zich roert en om het tot rust te brengen geef ik een beetje toe: ik verander mijn reisplan. Waar ik normaal gesproken langs de Westkust zou afzakken naar het Zuiden, schrap ik dat idee. Zuid-West Noorwegen zal voor een andere keer zijn. Nu op het gemak via Røros en Lillehammer naar huis. Op ’t gemak, inderdaad, want beestje of niet, ik laat me niet opjagen. Als ’t goed is ben ik dan binnen drie weken thuis. Het beestje is content en zwijgt. Ik ben ook content en zwijg eveneens.

Op dag twee bij Saltstraumen komt een oude Harley de wei opgereden en installeert zich naast de Rode Duivel. Ik maak kennis met Hugo, een jonge Franse motard pur sang. De man ademt motoren, hij is ermee opgegroeid, zijn wieg stond in een zijspan denk ik. Toffe peer. Samen zo’n twee uur naar die getijdenstroom zitten kijken. Twee lone wolves die mekaar even vinden, wat ideeën uitwisselen en een biertje drinken. Super relaxed. De dag erop ontbijten we samen, daarna is hij snel weg. Ik neem de tijd en vertrek zo’n drie kwartier later. Het plan is om via de kustweg Fv17 richting Røros te karren.

Die Fv17 is de langste van de toeristische routes in Noorwegen en loopt ruwweg van Bodø tot Trondheim, zo’n 700km. Dat leg je niet in één dag af, want onderweg zijn er zes ferries. In de wachtrij voor één ervan, kom ik Hugo weer tegen, zo zie je maar. Eens aan land gaat hij er weer als een speer vandoor, voorgoed deze keer.

Onderweg stop ik bij een kleine supermarkt, boodschappen voor de avond doen. Dat is een prettige routine geworden. Zo heb ik altijd verse ingrediënten en sleur ik wat minder gewicht aan blikvoer mee. Ook eigen gewicht overigens, merk ik aan mijn broeksriem. Logisch, ik eet en drink minder. Mijn ontbijt bestaat meestal uit knäckebröd met kaas/jam en koffie. Lunch: een appel of twee. Bij de avondmaaltijd laat ik mij gaan. Na het opzetten van de tent gaat er bijna altijd een blikje bier open en soms een zakje chips, of nootjes, of olijven (duur!), of kaas/salami of waar ik eerder op de dag zin in had tijdens de boodschappen. Ik kook zoals thuis: verse groenten, stukje vlees of vis, rijst of pasta of aardappelen. Biertje erbij -wijn is niet te betalen hier- en af en toe een dessertje. Tijdens het weekend ga ik uit eten. Soms valt dat mee, soms tegen.

Ik bots op alweer een Belgisch biertje, en laat het staan: te zoet in de eerste plaats, en tweedes ontdek ik liever de lokale brouwsels.

1613393226799.png

De natuur is weer op zijn best, de route erg afwisselend. In de buurt van Halsa passeer ik de Svartisen Gletsjer, de tweede grootste van Noorwegen. Zo’n 400 km² ijs (dat zijn een kleine 60 000 voetbalvelden) glijdt van 1600m hoogte langzaam de fjord in. De kleurenpracht schijnt immens mooi te zijn. Ik kan hem helaas niet bezoeken: je komt er enkel met een ferry en de begeleide tochten zijn afgelast omwille van jeweetwel. Dan maar een foto vanop afstand en verder karren. Het ziet er in het echt blauwer uit dan op de foto trouwens.

1613393385860.png

Tijdens het wachten op de ferry in Jektvik zie ik een vreemd gezicht in een rotspartij aan de overkant van het water. Hij doet me van ver een beetje aan Rutger Hauer denken, met name dat oog. Maar dat is puur mijn fantasie. Ik snap wel dat die Noren overal Trollen en andere griezels zien. Niet dat Rutger een griezel was.

1613394141481.png

En er zitten haaien ! Zie het filmpje :
View: https://youtu.be/7gKpOKMDwm0


De Fv218 loopt verder. Het is niet alleen een kust-, maar ook een kunstweg. Bij een grote brug, de Helgelandbrua, gevolgd door een lange dijk waarbij je tussen het water lijkt te rijden, zie ik een van die kunstwerken. Een soort windwijzer die warmte/koude en vochtigheid in de lucht aangeeft. Die brug en het stuk weg daarna zijn de moeite waard. Heel apart.

1613394219615.png

Aan de overkant nog maar eens een hoge smeltwaterval, zoals ik er vele tegenkom op deze route.

1613394258160.png

Ik tuf op ’t gemakske verder, het weer is er niet naar om snel ergens te moeten zijn. Bij Asp kom ik weer op de E6 terecht, die ik voor 80km volg. Ook op deze weg is het rustig en aangenaam toeren, zij het iets drukker. Bij Stjørdal verlaat ik hem weer voor een andere provinciale weg, de Selbuvegen. 30km verderop volgt die de Nea rivier, een van de grotere rivieren die zich richting Røros kronkelt. Of beter gezegd, van Røros weg.

In de buurt van Flaknam stop ik bij wat een camping zou moeten zijn. Sinds Saltstraumen ben ik ondertussen al twee campings en drie dagen verder, maar deze camping is het vernoemen waard. Het bord geeft buiten “Nea Camping” aan, bij de receptie heet het “Vertshuset (gasthuis) Caroline” en binnen blijkt het een Chinees restaurant te zijn. Geen van de uitbaters spreekt Engels, maar ik begrijp dat ik buiten mijn tent mag opzetten. Chinees in het midden van niks in Noorwegen, dat moet ik proeven !

Er blijken toch nogal wat gasten te zitten, hoewel ik in de directe omgeving geen huizen zag. Ik installeer me buiten op het terras, met zicht op de rivier en raak aan de praat met een Noors gezin uit de buurt, t.t.z. ze wonen 30km verderop. In deze contreien is dat naast de deur. Het restaurant blijkt vooral tijdens het weekend populair te zijn, als gezinnen hier met opa en/of oma komen eten. De keuken is eenvoudig en goedkoop, en lekker. Ik heb nog maar net mijn dessert op als ik merk dat ik nog de enige gast ben. Ik reken af en de uitbaatster maakt met handen en voeten duidelijk dat ik hier de nacht alleen zal doorbrengen. Ze laten de deur open zodat ik toilet en douche kan gebruiken. Van vertrouwen gesproken. Het is dus een zeer rustige avond, gelukkig bij een lekker zonnetje en geen muggen. ’s Ochtends neem ik uitgebreid een douche en na het eten ben ik weer weg. Ik doe rustig aan: Røros ligt op minder dan 2 uur rijden, dus ik heb alle tijd.

1613394362350.png1613394282351.png

De weg slingert zich afwisselend door een bebost, heuvelachtig landschap en open vlaktes. In de buurt van Tydal kom ik uit op zo’n kleine hoogvlakte. Die uitgestrektheid is toch iets wat me meer trekt dan de bossen. Het is lastig te benoemen. Is het de weidsheid die me aantrekt? De openheid, het ver kunnen zien? Zoals ik zelf al mijn hele leven mijn horizonten weids hield? Oeps, weer een Zennig moment. Tijdens een korte wandeling kom ik weer wat steenmannetjes tegen. Ik draag mijn steentje bij en hoor geen klachten. ’t Zal dan wel goed zijn zeker?

1613395033623.png

Rond 14u draai ik de camping bij Røros op, de drukste die ik tot nog toe bezocht . Ik boek gelijk twee nachten, er is wat sight seeing te doen hier!
 

Bijlagen

  • 1613394197191.png
    1613394197191.png
    667,4 KB · Weergaven: 2
Laatst bewerkt:

DuinPan

Mega Mijlenmaker
Mooie 'aflevering' weer, @tManneke ! Saltstraumen is toch spectaculairder dan ik dacht, ga ik toch ook maar opnemen in mijn route... De Turistvegen Fv17 langs de kust ga ik ook volgen (tot Mo i Rama) en de Svartisen Gletsjer (Engenbreen) wil ik ook bezoeken. Ik hoop dat als wij er langs komen dat de boot dan weer vaart! Ik hoop dat ik sowieso mag gaan begin juni...
 

tManneke

5e Versnelling
Jullie geduld werd wat op de proef gesteld, maar we gaan verder:

DEEL 16: ROROS

1614204837368.png


Na alweer een mooie rit, arriveer ik op de camping bij Røros. Dat dit een toeristische plek is, zie je meteen: campers en caravans staan dicht op mekaar en zelfs op de tentenplek is het een beetje drummen. Het lijkt wel zo’n Franse Camping Municipal. Op borden staat ook de vraag om alles zo dicht mogelijk bij mekaar te zetten. De reden hoor ik achteraf: tijdens grote sportwedstrijden reizen Noorse supporters hun teams achterna in campers, zowel tijdens de zomer (voetbal) als de winter (ijshockey). Vermijd dus weekends als je in Røros wil kamperen.
Ik installeer me en trek het stadje in. Het zonneke schijnt en het is niet al te druk.

Røros, een prachtig stadje, gebouwd rond 1600 nadat er koper in de buurt was ontdekt. Het is wonderwel gespaard gebleven van allerlei rampen die steden, bestaande uit houten gebouwen doorgaans overkomen: brand en oorlog. Dat laatste overkomt steden met stenen gebouwen trouwens ook wel eens. Het is nog een redelijk authentiek stadje, het lijkt in sommige buurten wel een begijnhof, maar dan met houten huizen en grasdaken.

1614205000947.png



Ik kuier wat door de straten van het stadje. Een dorp eigenlijk: er zijn ongeveer 3700 inwoners, die bovendien verspreid over een groot gebied wonen. Het is dus rustig. De winkelstraat herbergt vooral souvenierswinkeltjes. Verder is er een mooie houten kerk, daar kom je niet gratis in. Eenmaal binnen besef ik dat er, buiten een orgel met muskietennet, niet zo heel veel te zien is. Religies blijven op die manier geld uit mijn zak kloppen. Daar zijn ze goed in, moet ik ze nageven. Ik heb wel een kaarsje aangestoken zonder te betalen. Ben ik dan weer goed in.

Terug naar buiten in het zonnetje en naar het museum.

Røros dankt zijn bestaan aan de mijnen in de buurt. De eerste kopermijn werd ontgonnen in 1644, de laatste sloot definitief in 1977. Oorzaak: forse dalingen van de koperprijs op de wereldmarkt én goedkopere mijnexploitatie in andere (lees armere) werelddelen. Door een reconversie van mijn- naar toeristenindustrie kon de werkgelegenheid grotendeels behouden blijven. Iets waar ze ook in Belgisch Limburg over kunnen meepraten.

De toerismekaart trekken was een gouden zet, tot het toerisme een niveau bereikte dat voor aardig wat overlast zorgde. Klinkt Amsterdammers en Bruggelingen bekend in de oren. In Røros bleven ze niet bij de pakken zitten en er werden plannen ontwikkeld om de impact van het toerisme op de leefbaarheid in het centrum en de omgeving te beperken. De stad won er een internationale prijs mee.

Het principe is eenvoudig, zo blijkt: ze zetten trollen in. De toerist die door hem naar binnen gelokt werd, zie ik niet erg blij buitenkomen. Ideetje voor de Wallen?
1614205062059.png

Ik trek naar het museum, ondergebracht in de voormalige kopersmelterij. Een maquette maakt het werk in de mijnen aanschouwelijk. Redelijk imposant. Ik had er nooit bij stilgestaan dat ondergrondse mijnen constant moeten leeggepompt worden. Hoe dat tot ongeveer begin 20e eeuw gebeurde, zie je op onderstaand filmpje. Boeiend om te zien hoe dat met houten pompen en waterkracht gebeurde.

View: https://youtu.be/jJqbw_cP1Fo


Buiten domineren de terrils van koperslakken het openluchtmuseum. Het is een beetje klimmen, maar je wordt beloond met een mooi uitzicht op het stadje en de omgeving.

1614205096938.png
1614205115112.png

Veel tijd om verder te slenteren heb ik niet: de Olavs kopermijn die ik wil bezoeken heeft beperkte openingstijden, en het is van hieruit een 15 tal km rijden.

Het is er niet druk. Ik had een ticket voor een geleid bezoek geboekt en ben de enige die een Engelstalige rondleiding krijgt, de rest zijn Noren. We dalen te voet af tot zo’n 60m onder de grond. Interessant is dat je tegelijk een wandeling door de geschiedenis van de mijn maakt. Het eerste gedeelte is het oudste, dik 300 jaar dus, het laatste, diepste stuk meest recent. Waar je in het eerste stuk smalle en kleine gangen ziet, kom je in het jongere gedeelte echte zalen tegen. In één ervan vinden regelmatig klassieke concerten plaats. Die zijn korter dan gewoonlijk, omwille van de kou en het snel ontstemmen van de violen. Ik stel me zo voor dat de mijnwerkers tijdens hun lunches naar klassieke muziek luisterden. Waarschijnlijk niet het juiste publiek, realiseer ik me iets later. Of niet het juiste soort muziek, kan ook.

Ik heb helaas niet zo’n goede foto’s van het bezoek, heb er eentje van Tinternet geplukt. Voor wie meer wil weten: https://rorosmuseet.no/en/olavs-mine

1614205158269.png

Røros, en dan vooral het bezoek aan de kopermijn, is meer dan de moeite waard om te bezoeken, besluit ik in mijn logboek. Ik zou hier nog wel wat dagen kunnen doorbrengen, ware het niet dat de camping daar niet echt toe uitnodigt. Ook is een vervelend beestje weer wakker geworden, zo eentje dat je niet kan plat meppen.
Irritant. :jin:
 

tManneke

5e Versnelling
DEEL 16: ROROS - VAGAMO - JOTUMHEIMVEGEN – SLANGEN - FORSET

1614382434955.png

Het bezoek aan de kopermijn zal me nog lang bijblijven. Ik vraag me af wat me zo aantrekt in ondergrondse gangen en zalen? Ik weet het niet. Het beeld van de onderwereld? Is dat niet de plek waar de duivel heerst? Ik hoor een rood monster instemmend hummen. Ik zwier mijn been elegant over het zadel en de Rode Duivel zet koers richting Lom, we gaan op zoek naar bergen.

Tot Atna volg ik de Glomma, met een lengte van ongeveer 600km, de langste rivier van Noorwegen. Ter vergelijking: de Schelde is de helft korter en loopt door drie landen. Glomma betekent zoiets als “hard geluid”, of “donder”. Thor is weer in de buurt. Halverwege Atna en Ringebu verlaat ik de Fv219 voor weg 27. Het verschil in landschap valt snel op: waar ik eerst nog tussen de bomen reed, opent zich nu een hoogvlakte, mijn favoriete rijomgeving. Wegen over vlaktes bieden het voordeel van een permanent wijds uitzicht, waardoor ik de grootsheid van de natuur meer ervaar dan in een gebied met haarspeldbochten. Waarmee ik niet wil zeggen dat de voorgeschotelde panorama’s op plekken als de Stelvio en de Trollstigen minder groots zouden zijn. Elk zijn smaak, nietwaar? Persoonlijk vind ik met iets meer snelheid en lekker schuin door bochten kunnen wiegen veel leuker dan stapvoets omhoog of omlaag sukkelen. Van de toeristencaravaan die zich op vier of meer wielen voortsleurt, wordt je als motorrijder ook niet echt gelukkig. Geef mij dus maar een weg die de oneindigheid in slingert, een “long and winding road” richting, vooruit dan maar, de aarbeienvelden (“Strawberry fields” klinkt toch echt veel beter !).

1614382488937.png



Iets voor Ringebu draai ik de E6 op. Het is de langste weg in Noorwegen. Hij loopt van Trelleborg naar Kirkenes over een afstand van 3150 km en als je van Noord naar Zuid reist (of andersom) kom je hem altijd wel ergens tegen. Soms is het zelfs de enige weg die je kan nemen. Slechts een klein stuk (klein? 600km toch nog) is snelweg, de rest is tweebaansweg, soms zelfs die naam niet waardig. Het rijdt wel relaxed en de omgeving blijft mooi. Ik volg nu een andere rivier tot Otta, waar ik de E6 weer verlaat . Vanaf Dale begin ik uit te kijken naar een kampeerplek.

Rond 15u draai ik de Holungsøy Camping. Ik zet mijn tent op aan de oever van de rivier op een schiereilandje. Iets later komt nog een jong koppeltje in de buurt staan. Het gaat er allemaal zeer relaxed aan toe.

Wat later kom ik Jannie en Arie tegen, een gepensioneerd koppel dat hier al een jaar of twintig komt. Zoals een aantal gepensioneerden jaarlijks overwintert in Spanje, “overzomeren” zij elk jaar hier. Van hen verneem dat de campingbaas twee dagen geleden overleden is. Arie neemt tijdelijk de honeurs waar en geeft me alle uitleg die ik nodig heb. Ik krijg ook nog wat tips voor mooie ritjes in de buurt. En koffie. Het is erg gezellig, we hebben hetzelfde gevoel voor humor en de grappen en plaagstootjes vliegen over en weer. Ik breng uiteindelijk heel wat tijd met hen door. Komt voor een stuk omdat ik hun caravan passeer op mijn weg naar het sanitaire blok. Ze zitten constant buiten. Jammer dat ik er geen foto’s van heb, het filmpje is het enige beeld van de camping.

View: https://youtu.be/L-KLIvGTAYM


Een van de ritten tijdens deze vier dagen, gaat naar een zendmast op 1600m hoogte, de camping ligt op 200m. De rit erheen (en terug uiteraard) is een klein avontuur. Grindweg, twee (2!) haarspeldbochten en gestaag klimmen. En dan: een heel stuk over de hoogvlakte. Eenmaal boven heb ik een prachtig uitzicht over de vallei met haar rivier. Wat een panorama, ondanks dat het wat nevelig is.

1614382544655.png

Arie drukt me voor vertrek op het hart om geen stenen mee te brengen van daarboven. Dat begrijp ik niet, waarom zou ik überhaupt stenen beginnen verzamelen? Hij doet er verder het zwijgen toe en ik denk aan een of andere grap die ik niet begrijp. Boven bij de mast lees ik dezelfde boodschap, met uitleg deze keer.

1614382572896.png

Het steenmannetje dat ik hier aantref is van een ander formaat dan ik tot nog toe tegen kwam. Wie heeft zich daar in godsnaam mee bezig gehouden? Iemand met tijd teveel, zoals ik dezer dagen. Ik draag letterlijk mijn steentje bij, eentje maar, je wordt er zo moe van.

1614382610555.png

Op de weg terug kom ik een vrouw tegen die naast haar fiets in de verte staat te turen. Een kilometer verder en 200m lager staat haar zoontje te klooien met zijn ketting. Ik help hem weer op weg, maar 10 meter verder breekt ze. Einde verhaal. Ik wenk de moeder die nog steeds staat te turen. Het is een norse Noorse. Ze is boos op de kleine en wil nog persé naar boven. Haar zoon moet dan maar te voet. Ik vind dat niet zo’n goed idee. Het is al laat op de middag, ’t is nog een hele klim en ze moeten ook nog terug. Maar, ze duldt geen tegenspraak. Jammer voor de kleine, maar meer kan ik echt niet doen. Ik zet het uit mijn hoofd en rij verder naar beneden.

View: https://youtu.be/Ip5s5_vn8zk


Naar Slangen.

Na vier dagen luieren, vissen, zwemmen, toertje doen, en nog een, winkelen, lekker koken, BBQ’en, lekker eten en elke dag koffiekletsen met Arie en Jannie, besluit ik dat het tijd wordt om verder te trekken. Ik ben er weer helemaal klaar voor.

1614382698034.png

Het idee is de 15 richting Lom te nemen om vandaaruit naar het Jotumheimen Nationaal Park te karren. Jotumheimen betekent zoveel als “de wereld van de reuzen”.

1614382733338.png

1614382746816.png

Het is een prachtige weg die geleidelijk van 400 naar 1200 meter hoogte klimt, door de vallei met zijn smeltrivieren, bergmeren, besneeuwde toppen en kale landschappen. Helemaal mijn ding. Iets van 40 kilometer verderop zie ik links in de diepte een weggetje lopen dat verdwaalt in de verte. Moet ik gezien hebben, schiet er door mijn hoofd, en 500m verder sla ik linksaf. Het is de “Jotumheimvegen” leer ik later, een private tolweg. Motoren gratis (zoals veel tolwegen in Noorwegen) !

1614382774877.png

Hierboven links op de foto, of bekijk het filmpje:

View: https://youtu.be/LW0dgmsMh3U




Die verte waarheen de Jotumheimvegen mij voert is wat verder dan ik dacht. Maar geen seconde heb ik me verveeld of spijt gehad van mijn onverwacht manoeuvre. Ik rij tussen boerderijen op een plek waar je geen boerderijen verwacht. Ik zie koeien, schapen, geiten en rendieren vrij rondlopen. Ik zie hele grote vogels zweven, en veel stenen. Hoe overleven die dieren en mensen tijdens de winter hier? Het is nu 12 augustus en er ligt her en der nog wat sneeuw. Wat ligt hier dan in de winter?

1614382813461.png

Onderweg kom ik een jong gezin tegen tijdens hun picknick. Ik stop even met de vraag waar ze vandaan komen. “Uit Leiden”. Dat wou ik niet horen, wel waar ik verderop ga uitkomen. Vraag verkeerd gesteld, gebeurt wel meer. Na verduidelijking krijg ik alsnog het goede antwoord (ik onthoud: rechtdoor bots je op een dorpje en een camping) en we blijven aan de praat. De kindjes, eerst wat bedeesd, komen er bij staan. Hun schuchterheid verdwijnt snel en er wordt honderduit gebrabbeld. Het is alweer een tijd geleden dat ik opgewekte kinderen zag. De jonge ouders stralen ook. Het werkt aanstekelijk. Dit zijn onbetaalbare momenten, toch? Ik hoop dat ze nog een goede reis gehad hebben. Ik denk het wel.



Een beetje van dat jong geluk blijft nog wat nawerken en ik geniet ontzettend van de rit. ’t Is allemaal niet extreem spectaculair, toch doet het iets met me, een gelukzaligheid die ik moeilijk onder woorden kan brengen. Niet teveel over nadenken en er gewoon van genieten. Verder maar !

Hop, Duiveltje ! :jin:

1614382884177.png

Filmpje:

View: https://youtu.be/Akhfw1J6i1I


35 km en een goed gevoel verder sta ik bij een infobord in Slangen, een gehucht verscholen tussen de bomen. Ik heb geen bereik en heb geen flauw idee waar ik ben: geen bereik en mijn GPS laat het afweten. Met behulp van het infobord en mijn kaarten, kom ik erachter dat ik zo’n 70km ten Noorden van Lillehammer zit. Dat had ik niet verwacht, een beetje uit de richting. Soit, Lillehammer staat sowieso ergens vermeld op mijn reisplan, dus no worries. Onderweg bedenk ik me dat het vermeld staat op de heen- en niet de terugweg naar de Noordkaap. Dat moment kiest het “ga-nu-maar-naar-huis-beestje” uit om zich vooraan in mijn hersenpan te nestelen. Ik heb het gevoel dat het een blijvertje wordt. Weinig aan te doen op dit moment, zorgen voor morgen.

1614382913601.png

De rit van Slangen naar Lillehammer verloopt niet bepaald zachtjes. De weg die ik volg verandert van asfalt in gravel en van gravel in een keiïg karrespoor. Dat wordt alsmaar smaller en recht evenredig daaraan worden de gaten erin groter. Net als de keien die er liggen. Bij momenten zie ik links het bergmeer, de oever net iets steiler en dieper dan mij lief is. De Rode Duivel moet werken, ik al evenzeer het is zwaar. Reken maar na: een Pan European weegt ca. 360 kg, tel daar het niet al te geringe gewicht van mijn bagage en mijn motorpak met sympathieke inhoud bij, en besef dat daar een halve ton rondrijdt. Wel stabiel, maar niet zo wendbaar als je zou willen op zulke wegen. Ik snap wel waarom TET-rijders liever met een Téneré rijden. En ik niet te dicht bij die steile oever.

Beleef het mee:
View: https://youtu.be/UKxTRnlX_C4


De weg loopt onderlangs het Olstappen-meer en komt na 7.5 km uit op de Fv255. Voor wie het ook eens wil proberen: het fietspad (!) dat ik gevolgd ben heet Mjølkevegen, zo te vinden op Maps.

Op het asfalt geef ik de Rode Duivel de vrije teugel. Het paard ruikt zijn stal. Onderweg moet ik nog wel even uitwijken voor een bende boskoeien, maar verder is het nu gewoon cruisen, en wiegen door de bochten.

In Forset aangekomen gooi ik de tank vol, doe nog wat inkopen en check in op een kleine familie camping. Ze verhuren ook Teletubbie-achtige hutten, maar ’t is mooi weer en dan slaap ik lekkerder in de tent.
1614382960754.png

’t Is een mooie, fascinerende en vermoeiende dag geweest, en ik voel me goed. Morgenochtend maar eens kijken wat er met Lillehammer aan te vangen valt. En met dat beestje…
 

DuinPan

Mega Mijlenmaker
@tManneke : mooi verhaal en prachtige foto's weer, vooral in onderstaande foto vind ik bijzonder mooi: de kleuren en weidsheid van het landschap, de dreigende lucht en je mooie knalrode Pan daar midden in. Dit wil ik ook...
1614382488937.png
Ik heb ook zo'n foto:
20180609_151501.JPG
 
Laatst bewerkt door een moderator:
Bovenaan